“Silver” bij de Labrador – een schakelaar die is aangezet, terwijl hij standaard uit staat

silvers4

Er zijn veel genen betrokken bij de vachtkleur van honden. Genen bevinden zich op een “locus” (een plaats op een chromosoom; meervoud is “loci”) en de genen kunnen zich uiten in verschillende vormen (allelen genoemd) op dezelfde locus. De algemeen erkende loci die de kleuren van honden regelen zijn ‘A’ (agouti), ‘B’ (bruin), ‘C’ (albino-serie), ‘D’ (blauwe verdunning), ‘E’ (verdeling), ‘G’ (vergrijzing), ‘M’ (merle), ‘R’ (bont), ‘S’ (witte vlekken) en ‘T’ (stippels). Het kan zijn dat er nog meer genen zijn die nog niet zijn herkend, en de kleur van honden ingrijpend kunnen beïnvloeden.
Elk gen beïnvloedt de productie van eiwit. Het effect op de kleur van de vacht vindt plaats door de productie en distributie van zwart/bruin pigment (melanine) of rood/geel pigment (phaeomelanine)

In elke hond zijn dezelfde genen aanwezig, alleen staat de “schakelaar” bij het ene ras uit, en bij het andere ras aan. Bij de Labrador Retriever kennen we uitsluitend de erkende kleuren zwart, geel en chocoladebruin.

De loci die bij de Labrador Retriever de kleur bepalen zijn de ‘B’ (bruin/zwart) en de ‘E’ (verdeling). Genen op andere loci, zoals ‘C’ voor albino, ‘D’ voor blauwachtige verdunning, ‘T’ voor stippen en ‘M’ voor merle, zijn bij de Labrador altijd standaard uitgeschakeld. Andere loci, zoals de ‘A’ (agouti), zijn altijd aanwezig en zorgen ervoor dat de hond slechts één vachtkleur heeft, en geen twee of drie kleuren tegelijk. Elke Labrador draagt het allel voor vaste vachtkleur en dit wordt binnen het ras nooit veranderd. Met andere woorden: elke Labrador draagt hetzelfde allel (het gen met die specifieke expressie).

We weten dat wanneer een Labrador BB of Bb in het zwart/bruin locus draagt, zwart dan dominant is en de hond zwart is. Wanneer het bb is, is de hond chocoladebruin. Maar het E gen werkt als een ‘maskerend’ gen; met andere woorden, als de hond Ee of EE heeft, dan is de kleur afhankelijk van wat er aanwezig op het B-gen (BB, Bb of bb), maar wanneer de hond een dubbele recessieve ee heeft, dan zal de kleur altijd geel zijn, ongeacht wat er aanwezig is op het B-gen. Een gele Labrador met een dominant gen (eeBB of eeBb) zal typisch zwart pigment op de neus, lippen en oogranden dragen, en een gele Labrador die homozygoot recessief is op het B-locus (eebb), zal lichtbruin pigment vertonen.

De variaties in geel die zijn opgenomen in de rasstandaard, zijn het gevolg van de factoren die de allelen op de ‘E’ locus beïnvloeden. Er zijn geen kleurschakeringen genoemd met betrekking tot zwarte of chocoladebruine Labradors.
De reden dat er in de rasstandaard van de Verenigde Staten een extra regel over ‘diskwalificatie’ is opgenomen, is omdat in dat land enkele decennia geleden de kleur ‘silver’ verscheen. Deze kleur is in geen enkel ander land waargenomen, en werd in Groot-Brittannië, het vasteland van Europa en Nieuw-Zeeland pas vanaf 2006 geconstateerd bij import Labradors uit de VS en hun nageslacht elders.

De silver/charcoal/champagne kleur komt in het spel wanneer het ‘D’ gen is ingeschakeld.
Nota bene: bij de Labrador Retriever is het ‘D’ gen standaard uitgeschakeld, net als het ‘M’ gen, het ‘C’ gen, het ‘R’ gen en meer – en dat is de reden waarom je er geen merle Labradors, albino Labradors of bonte Labradors bestaan.

Indien het D-gen zich in homozygoot-recessief (dd) bevindt, dan zal de kleurexpressie van het B locus worden ‘verdund’. Vandaar dat het gen het ‘dilute gen” (verdunningsgen) wordt genoemd. De verdunde vorm van chocoladebruin (bb) is een zilveren kleur en de verdunde versie van zwart (Bb of BB) levert een hond die donker leigrijs of ‘blauw’ is. Verdunning van het gele gen is soms moeilijk te zien, alhoewel het zwarte pigment – voorzover aanwezig – grijzer is.

De Weimaraners zijn een ras dat is gebaseerd op deze ‘dd’ verdunning. Een typische Weimaranervacht is muisgrijs en dit komt omdat hun ‘D’ en ‘B’ genen beide aanwezig zijn in de homozygoot-recessieve vormen (dd en bb). De meeste Weimaraners hebben dus een chocoladebruine kleur die wordt verdund, waardoor ze zilvergrijs zijn. Zij kunnen ook het B-gen in de dominante vorm hebben, en dan zien we ​​donkerder blauwe Weimaraners in nesten met dd en BB.

Hoe het ‘silver-gen’ in de Amerikaanse Labrador is ontstaan, kan nog niet wetenschappelijk worden aangetoond, maar omdat er één bepaalde kennel bij betrokken was, heeft er waarschijnlijk – al dan niet opzettelijk – kruising met een ander ras plaatsgevonden. Er wordt verwezen naar kennels in de Verenigde Staten waar de kleur jaren geleden kan zijn ontstaan ​​in een periode waarin er daar zowel werd gefokt met Labradors als met andere jachtrassen, waaronder Weimaraners. Anderen hebben gesuggereerd dat de kleur het gevolg was van een natuurlijke mutatie. Mutaties reproduceren zich echter meestal niet in een typisch patroon. Het ‘silver’ Lab verschijnsel volgt precies hetzelfde patroon als elke (dd) verdunning bij andere rassen. De ‘silver’ kleur is in geen enkel ander land waargenomen.

Volgens de Labrador Retriever Club, Inc. (LRC) (de overkoepelende Labrador Club van de bij de AKC aangesloten Labrador Clubs) is er “geen genetische basis voor het zilver gen bij Labradors. De zilveren kleur is een diskwalificatie onder de norm voor het ras. De LRC erkent, accepteert of vergoelijkt de verkoop van – of de reclame voor – Labradors als ‘silver’ Labradors niet. De Club verzet zich tegen de praktijk van het registreren van ‘silver’ als chocoladebruin.”

Fokken op kleur alleen draagt het risico op andere ongezonde eigenschappen, zoals die zijn waargenomen bij de resulterende nakomelingen, en dus vereist deze fokmethode zeer veel zorgvuldigheid en kennis. Fokken op een kleur die niet voldoet aan de rasstandaard voor de Labrador Retriever is totaal ongepast. Er is bovendien een groot risico voor het nageslacht vanwege de kleine genenpool die de populatie met het “dd” verdunningsgen heeft.

Met name bij de import van Amerikaanse Labradors is het van belang van tevoren het DNA van de honden te laten controleren op het D-gen.

Uitslag
D/D: De hond is geen drager van de verdunningsfactor.
Uitslag D/d: De hond is drager van de verdunningsfactor.
Uitslag d/d: De hond is homozygoot voor de verdunningsfactor (en is dus ‘silver’, ‘charcoal’ of ‘champagne’.)

In de fokkerij van ‘silvers’ zien wij steeds vaker dat men tracht D/D fokmateriaal van gerespecteerde fokkers te bemachtigen. Hoe meer kampioenen er in de bloedlijn staan, hoe liever men het heeft. Doorgaans gebruikt men voor een dekking een D/d teef (een drager, waaraan je dus niets ziet). Twee dragers op elkaar kunnen pups met het verdunningsgen produceren. De volgende stap is dat uw gerespecteerde kampioen van uw gerespecteerde kennel breed wordt uitgemeten in de reclame van de ‘silver’ fokkers.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Variëteitskruisingen binnen het ras Labrador Retriever

silverlab2

Binnen het ras Labrador Retriever ontbreken de noodzaak en de wenselijkheid om over te gaan tot variëteitskruisingen. Door zijn jarenlange en niet aflatende populariteit beschikt de Labrador Retriever over een brede genenpool in binnen- en buitenland.
De door de Raad van Beheer erkende rasverenigingen voor de Labrador Retriever hebben regels in het leven geroepen die inteelt en verwantschap moeten beperken. Deze regels worden zeer algemeen gedragen en gerespecteerd door de leden en leveren geen problemen op ten aanzien van de fokkerij.

Het probleem van de Labrador Retriever is niet dat er een gebrek is aan beschikbare fokdieren binnen het ras. Integendeel; het probleem is dat op illegale wijze variëteitskruisingen binnen het ras hebben plaatsgevonden en plaatsvinden, met name in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

De ongewenste introductie van honden met het verdunningsgen (d) in het ras Labrador Retriever

In het land van herkomst/opbouw van de Labrador Retriever, het Verenigd Koninkrijk, is geen enkele fokker ooit geconfronteerd met het verdunningsgen. Er zijn in de 111-jarige geschiedenis van de Labrador als erkend ras verschillende meldingen van afwijkende kleuren en aftekeningen geweest, met name in de jaren twintig van de vorige eeuw, maar het verdunningsgen is nimmer gemeld.
Pas in 2006 werd het Verenigd Koninkrijk voor het eerst geconfronteerd met het verdunningsgen. Enkele Britse fokkers schaften fokmateriaal aan uit Amerika en bestelden opzettelijk “Labradors” die de kleur “silver” hadden, en uit een lange lijn van “silvers” kwamen. Aangezien deze honden een AKC-stamboom hadden waarop (ten onrechte) de kleur “chocolade” stond vermeld, stelde de Britse Kennel Club geen vragen, en werden deze “silver” honden zonder enige beperking ingeschreven in het Britse stamboek, als “chocolade Labrador Retrievers”. Nu, acht jaar later, vragen de Britse rasverenigingen zich af hoe het zo ver heeft kunnen komen dat er inmiddels meer dan vierhonderd “Labradors” met het verdunningsgen staan ingeschreven in het Britse stamboek, zonder enige restricties.

In de Verenigde Staten kent men het probleem van “Labradors” met het verdunningsgen al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de eerste “silvers” en “charcoals” door de Amerikaanse Kennel Club (AKC) werden geregistreerd. Toen de Labrador Retriever Club Inc. (LRC), de overkoepende organisatie van bij de AKC aangesloten rasverenigingen voor de Labrador, bezwaar tegen deze registratie maakte, aangezien de rasstandaard van de Labrador slechts de kleuren zwart, geel en chocoladebruin toestaat, ging de AKC over tot het registreren van “silver” honden als chocoladebruin, “charcoals” als zwart en “champagne” als geel. Ondanks de bezwaren van de LRC zijn deze praktijken van de AKC nog steeds gangbaar.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw nam de AKC de LRC Inc. de wind uit de zeilen door op basis van een aantal foto’s te bepalen dat de afgebeelde honden voldoende op Labradors leken om ze raszuiver te verklaren. In 2012 stuurde de Britse Kennel Club de vertegenwoordigers van de Labrador Breed Council met een kluitje in het riet door te stellen dat uit een DNA test was gebleken dat de onderzochte honden raszuivere Labradors waren. Helaas was het de vertegenwoordigers van de Labrador Breed Council destijds niet bekend dat dergelijke DNA testen uitermate onbetrouwbaar zijn en hooguit het ras van de grootouders kunnen vaststellen. Dit terwijl de variëteitskruisingen doorgaans tien à vijftien generaties geleden hebben plaatsgevonden.

Alle sporen leiden terug naar de Weimaraner

Labradorverenigingen over de hele wereld hebben op een gegeven moment met elkaar afgesproken dat het stamboek van de Labrador werd gesloten, hetgeen betekende dat er geen rasvreemde honden meer mochten worden ingekruist. Maar in de Verenigde Staten, in de staat South Dakota, was de familie Kellogg al decennia bezig met het fokken van jachthonden, waaronder Labradors en Weimaraners. Ooggetuigen meldden dat het “een grote rotzooi” was bij Kelloggs. De honden liepen vaak los, verschillende rassen liepen door elkaar, reuen en loopse teven… Kelloggs maakte zich daar niet druk over. Zoon Mayo Kellogg kreeg al vroeg het idee om een “voorstaande Labrador” te ontwikkelen, die de “perfecte jachthond” zou moeten worden. Aan gesloten stamboeken had hij geen boodschap. In de jaren 80 van de vorige eeuw kreeg Christ Culo een paar “zilveren Labradors” uit de lijnen van Kellogg in handen. Een aantal jaren later zag Labrador kennel Beavercreek eveneens de kans om “zilveren Labradors” uit deze lijnen te krijgen. Mayo Kellogg was zo trots op zijn “voorstaande Labradors”, dat hij op zijn beurt weer een hond uit de Culo-lijnen aanschafte. De Culo honden waren de eerste honden die als “silver” of “charcoal” werden ingeschreven. De Beavercreeks waren de tweede lijn van AKC-geregistreerde “Labradors” met het verdunningsgen. Alle huidige “Labradors” met het verdunningsgen zijn uit deze Culo en Beavercreek (Kellogg) stam voortgekomen. Velen van hen vertonen na talloze generaties nog steeds kenmerken van de Weimaraner.
Honden met het verdunningsgen brengen vaak ziekten en gedragsproblemen met zich mee die het ras Labrador Retriever vreemd zijn.
Colour dilution alopecia (CDA) en zwart haar folliculaire dysplasie (BHFD) kunnen met het verdunningsgen gepaard gaan. Deze ziekten veroorzaken terugkerende huidontsteking en huiddroogte, bacteriële infecties van de haarzakjes en ernstige haaruitval. Eind 2013 werd een 12 weken oud “zilveren” Labrador teefje onderzocht door het Comparative Ocular Pathology Laboratory van Wisconsin, en werd gediagnosticeerd met Kwaadaardige Perifere Zenuwschedetumor Schwannoma. De wetenschappers zijn van mening dat het verdunningsgen (d) waarschijnlijk de oorzaak van de kwaadaardige ziekte is.

Andere aandoeningen die met het verdunningsgen gepaard kunnen gaan zijn erfelijke aandoeningen die bekend zijn bij de Weimeraner, zoals beven, auto-immuun gerelateerde gevoeligheid en intolerantie voor vaccinatie, Von Willebrands Disease, hyperuricosurie (waardoor pijnlijke blaas-en nierziekten ontstaan), en gedragsproblemen die kenmerkend zijn voor de Weimaraner, zoals verlatingsangst, en dominant, beschermend, territoriaal gedrag.

De Orthopedic Foundation for Animals (OFA), het meest vooraanstaande en gerenommeerde Amerikaanse onderzoeksinstituut voor dieren, heeft onlangs een databank opgericht voor de registratie van het verdunningsgen (d) bij Labradors. Dit gebeurde omdat het verdunningsgen verantwoordelijk wordt geacht voor tal van erfelijke ziekten. (Nota bene: OFA houdt zich uitsluitend bezig met ziekten en niet met vachtkleuren.)

De Labrador Retriever is een ras dat is ontwikkeld om waterwild uit het water te apporteren. In de rasstandaard staat beschreven dat de vacht kenmerkend voor het ras moet zijn: kort, dicht, zonder golven of bevedering, vrij hard aanvoelend, met een weerbestendige ondervacht. Naast de veelvuldig voorkomende vacht- en huidziekten die hierboven staan omschreven, ontbreekt bij de honden met het verdunningsgen vaak de kenmerkende ondervacht. Als gevolg van het verdunningsgen hebben deze honden vaak blauwe, lichtgroene of gele ogen, terwijl de rasstandaard voorschrijft dat de ogen van de Labrador bruin of hazelnootkleurig moeten zijn.

Doel van dit artikel

Dit artikel heeft tot doel:

  • Aantonen dat variëteitskruisingen binnen het ras Labrador Retriever niet noodzakelijk en zelfs ongewenst zijn;
  • Aantonen dat de in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gangbare praktijk van het registreren van honden met het verdunningsgen als raszuivere Labrador Retrievers schadelijk is voor het ras en in strijd is met de primaire doelstellingen van de rasverenigingen voor de Labrador Retriever, die het bestaansrecht van de rasverenigingen vormen.

Aanbevelingen

  1. In het geval van het ras Labrador Retriever zou het zinvol zijn om het DNA van alle uit het buitenland geïmporteerde honden te testen op het verdunningsgen (d). Mocht deze uitslag Dd of dd zijn, hetgeen betekent dat de hond drager van het verdunningsgen is, dan wel lijdt aan deze aandoening die wezensvreemd is voor het ras Labrador Retriever, dan mag er niet met deze honden worden gefokt.
  2. In het geval van het ras Labrador Retriever zou het zinvol zijn om het DNA van alle Labradors die deelnemen aan het fokproces, alsmede alle geboren Labrador pups, te testen op het verdunningsgen (d). Mocht deze uitslag Dd of dd zijn, hetgeen betekent dat de hond drager van het verdunningsgen is, dan wel lijdt aan deze aandoening die wezensvreemd is voor het ras Labrador Retriever, dan mag er niet met deze honden worden gefokt.
  3. In het geval van het ras Labrador Retriever zou het zinvol zijn een DNA onderzoek op het verdunningsgen (d) standaard deel te laten uitmaken van het DNA profiel.
  4. Het zou zinvol zijn om de Britse rasverenigingen voor de Labrador Retriever, de Britse Labrador Breed Council en de Britse Kennel Club te bewegen om in de rasstandaard van de Labrador op te nemen dat de aanwezigheid van het verdunningsgen (d) een diskwalificerende eigenschap is. Een dergelijke wijziging van de rasstandaard zou de aanpassing van de rasstandaard van de Labrador Retriever elders in de wereld legitimeren.

Tot slot… 

Het is voor Nederland nog niet te laat om het tij te keren. Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat wij er tot dusver grotendeels in geslaagd zijn om het probleem van de honden met het verdunningsgen (d) buiten de deuren van de erkende rasverenigingen voor de Labrador te houden. Maar er moet wel degelijk iets gebeuren om het ras ook in de toekomst te vrijwaren van het probleem van honden met het verdunningsgen (d). Daartoe dienen er in samenwerking met de rasverenigingen en de Raad van Beheer maatregelen te worden genomen. Wanneer de afgevaardigden van de rasverenigingen zich blijven realiseren dat hun bestaansrecht is gebaseerd op de doelstelling “instandhouding en bevordering van het welzijn en de gezondheid van het ras”, dan moeten zij erin slagen om de Raad van Beheer van de noodzaak van de maatregelen te overtuigen.
De Raad van Beheer, op haar beurt, heeft eveneens een goede naam te verliezen. Laten we hopen dat alle betrokkenen zich laten leiden door wijsheid en liefde voor het ras.

Jaap van der Wijk
23 november 2014

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Acht Redenen Waarom De Leden Van De Raad Tegen “Silvers” Moeten Stemmen

silver4

 

Hieronder vindt u acht redenen waarom de leden van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, dat wil zeggen: de leden van de rasverenigingen via hun vertegenwoordigers in de Raad, moeten stemmen tegen het inschrijven van “Labradors” die drager zijn van- of lijder aan – het zogenaamde “verdunningsgen”, dat zich bevindt op de “d” locus in het DNA, in het NHSB. Dit “verdunningsgen”, dat in het Engels “dilute gene” wordt genoemd, zorgt voor de zogenaamde modekleuren “silver”, “charcoal” en “champagne”.

Reden 1: Het verdunningsgen is wezensvreemd in het ras Labrador Retriever. In het land van herkomst/opbouw van de Labrador Retriever, het Verenigd Koninkrijk, is geen enkele fokker ooit geconfronteerd met het verdunningsgen. Er zijn verschillende meldingen van afwijkende kleuren en aftekeningen, maar het verdunningsgen is nimmer gemeld.
Pas in 2006 werd het Verenigd Koninkrijk voor het eerst geconfronteerd met het verdunningsgen. Enkele Britse fokkers schaften fokmateriaal aan uit Amerika en bestelden opzettelijk “Labradors” die de kleur “silver” hadden, en uit een lange lijn van “silvers” kwamen. Aangezien deze honden een AKC-stamboom hadden waarop (ten onrechte) de kleur “chocolade” stond vermeld, stelde de Britse Kennel Club geen vragen, en werden deze “silver” honden zonder enige beperking ingeschreven in het Britse stamboek, als “chocolade Labrador Retrievers”. Nu, acht jaar later, vragen de Britse rasverenigingen zich af hoe het zo ver heeft kunnen komen dat er inmiddels meer dan vierhonderd “Labradors” met het verdunningsgen staan ingeschreven in het Britse stamboek, zonder enige restricties, en word ik gevraagd om artikelen over deze materie te schrijven in de Jaarboeken van 2015.

Reden 2: Labradors met het verdunningsgen zijn ontstaan nadat de stamboeken van de Labrador Retriever waren gesloten. Labradorverenigingen over de hele wereld hebben op een gegeven moment met elkaar afgesproken dat het stamboek van de Labrador werd gesloten, hetgeen betekende dat er geen rasvreemde honden meer mochten worden ingekruist. Maar in de Verenigde Staten, in de staat South Dakota, was de familie Kellogg al decennia bezig met het fokken van jachthonden, waaronder Labradors en Weimaraners. Ooggetuigen meldden dat het “een grote rotzooi” was bij Kelloggs. De honden liepen vaak los, verschillende rassen door elkaar, reuen en loopse teven… Kelloggs maakte zich daar niet druk over. Zoon Mayo Kellogg kreeg al vroeg het idee om een “voorstaande Labrador” te ontwikkelen, die de “perfecte jachthond” zou moeten worden. Aan gesloten stamboeken had hij geen boodschap. In de jaren 80 van de vorige eeuw kreeg Christ Culo een paar “zilveren Labradors” uit de lijnen van Kellogg in handen. Een aantal jaren later zag Labrador kennel Beavercreek eveneens de kans om “zilveren Labradors” uit deze lijnen te krijgen. Mayo Kellogg was zo trots op zijn “voorstaande Labradors”, dat hij op zijn beurt weer een hond uit de Culo-lijnen aanschafte. De Culo honden waren de eerste honden die als “silver” of “charcoal” werden ingeschreven. De Beavercreeks waren de tweede lijn van AKC-geregistreerde “Labradors” met het verdunningsgen. Alle huidige “Labradors” met het verdunningsgen zijn uit deze Culo en Beavercreek (Kellogg) stam voortgekomen. Velen van hen vertonen na talloze generaties nog steeds kenmerken van de Weimaraner.

Reden 3: Het stamboek wordt vervuild door opname van honden met het verdunningsgen, dat wezensvreemd is voor de Labrador Retriever. Het principe van het gesloten stamboek wordt in ernstige mate geweld aangedaan door acceptatie van honden met het verdunningsgen in de geregistreerde Labrador populatie. Wanneer de Raad van Beheer, die wordt geacht zorg te dragen voor het gesloten karakter van het stamboek, zich niet aan deze basisregels wenst te houden, wie moet het dan doen? De rasverenigingen? Het lijkt er sterk op dat die dezelfde passieve houding aannemen als de Britse rasverenigingen vanaf 2006. Het hangt dus af van de leden. Nederlandse Labradors hebben tot dusver een goede naam gehad in het buitenland. Met de toelating van “Labradors” met het verdunningsgen tot het stamboek zal dat zeker gaan veranderen, en zullen buitenlandse fokkers en pupkopers een DNA-test gaan eisen. En logisch, want het NHSB is met deze toelating onbetrouwbaar geworden.

Reden 4: Honden met het verdunningsgen brengen vaak ziekten en gedragsproblemen met zich mee die het ras Labrador Retriever vreemd zijn. Colour dilution alopecia (CDA) en zwart haar folliculaire dysplasie (BHFD) kunnen met het verdunningsgen gepaard gaan. Deze ziekten veroorzaken terugkerende huidontsteking en huiddroogte, bacteriële infecties van de haarzakjes en ernstige haaruitval. Eind 2013 werd een 12 weken oud “zilveren” Labrador teefje onderzocht door het Comparative Ocular Pathology Laboratory van Wisconsin, en werd gediagnosticeerd met Kwaadaardige Perifere Zenuwschedetumor Schwannoma. De wetenschappers zijn van mening dat het verdunningsgen (d) kan bijdragen aan de oorzaak van de kwaadaardige ziekte.
Andere aandoeningen die met het verdunningsgen gepaard kunnen gaan zijn erfelijke aandoeningen die bekend zijn bij de Weimeraner, zoals beven, auto-immuun gerelateerde gevoeligheid en intolerantie voor vaccinatie, Von Willebrands Disease, hyperuricosurie (waardoor pijnlijke blaas-en nierziekten ontstaan), en gedragsproblemen die kenmerkend zijn voor de Weimaraner, zoals verlatingsangst, en dominant, beschermend, territoriaal gedrag.

Reden 5: De meeste fokkers van “Labradors” met het verdunningsgen maken gebruik van methoden die wij hier alleen kennen van onbetrouwbare broodfokkers. Zij hebben zich verenigd in schimmige organisaties zonder enige transparantie, proberen op slinkse wijze pups en dekkingen te verkrijgen van betrouwbare en gerespecteerde fokkers, en doen uitermate geheimzinnig over hun fokmateriaal. Zo vermelden zij zelden de stamboomnamen van hun dieren en vermijden zij plaatsing van stambomen van hun honden op hun websites. Als fokker van “Labradors” met het verdunningsgen kun je deelnemen aan het zogenaamde “Improvement Program” en kun je punten verdienen wanneer je erin slaagt een dekking of een pup van een gerespecteerde fokker te krijgen. Deze onbetrouwbare broodfokkers van “Labradors” met het verdunningsgen zijn zeker geen aanwinst voor de Nederlandse Labrador wereld.

Reden 6: Toelating van de “Labradors” met het verdunningsgen levert geen enkele positieve ontwikkeling op ten aanzien van de verbreding van de genenpool. Aangezien alle “Labradors” met het verdunningsgen afkomstig zijn uit de Culo en Beavercreek takken van de Kellogg stam, die Weimaraner bloed bevat, betekent het openstellen van het stamboek voor deze bastaarden geen enkele verbetering, op geen enkel gebied. Integendeel.

Reden 7: Het is redelijk eenvoudig om “Labradors” met het verdunningsgen te weren uit het NHSB. Met een simpele en redelijk goedkope DNA-test is het mogelijk om vast te stellen of een Labrador uit het buitenland drager (of lijder) is van het verdunningsgen. De Raad van Beheer zou verplicht moeten stellen dat elke geïmporteerde Labrador een DNA-test ondergaat door een erkende dierenarts en een erkend onderzoeksinstituut, en dat alle pups geboren uit geïmporteerd sperma eenzelfde onderzoek ondergaan. Iedere “Labrador” die niet de uitslag D/D heeft wordt niet ingeschreven in het NHSB.

Reden 8: De geschreven en ongeschreven afspraken met de Amerikaanse Kennel Club (AKC) mogen nooit een reden zijn om het gesloten karakter van het stamboek met voeten te treden. Dertig jaar geleden heeft de AKC de gigantische fout gemaaakt om “Labradors” met het verdunningsgen in te schrijven in het AKC Labrador stamboek. Het is enorm moeilijk om die blunder ongedaan te maken, aangezien er thans minstens 30.000 “Labradors” met het verdunningsgen staan geregistreerd in het AKC stamboek. Door de afspraak met de AKC staan er inmiddels meer dan 400 “Labradors” met het verdunningsgen ingeschreven in het Verenigd Koninkrijk. Maar voor ons is het nog niet te laat, alhoewel de klok op vijf voor twaalf staat. Gezien de besluiteloosheid van het bestuur van de Raad van Beheer komt het nu op het gezond verstand van de leden aan, en zullen de verschillende rasverenigingen met elkaar om de tafel moeten gaan zitten om tot een convenant te komen dat de raszuiverheid van de Labrador Retriever veilig stelt. Dit Paard van Troje moet hoe dan ook worden gestopt.

STEM TEGEN TOELATING VAN “LABRADORS” MET HET VERDUNNINGSGEN DOOR DE RAAD VAN BEHEER! IN UW RASVERENIGING, EN ALS GEDELEGEERDE VAN UW RASVERENIGING IN DE ALGEMENE VERGADERING VAN DE RAAD VAN BEHEER! 

Jaap van der Wijk,
Oktober 2014

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Dringend advies aan de Raad van Beheer en KMSH Sint Hubertus (update)

dna_profile_reg_jpg_-_engels_01

 

Alle FCI-erkende en geliëerde kennel clubs ter wereld, inclusief de American Kennel Club (AKC) zijn het erover eens dat de Labrador Retriever drie vachtkleuren kent: zwart, geel en chocoladebruin. Deze kleuren worden vererfd op basis van genen op twee loci: B en E. In de afgelopen jaren zijn er andere kleuren in het ras geslopen. De fokkers die opzettelijk op deze kleuren fokken noemen deze kleuren ‘silver’, ‘charcoal’ en ‘champagne’. Om deze nieuwe kleuren te verkrijgen dient een recessief D locus (verdunningsfactor “d”) te worden geïntroduceerd in de populatie. Volgens de literatuur behoorde dit verdunningsfactor nimmer tot de genetische eigenschappen van de oorspronkelijke Labrador Retriever, en daarom is er sprake van significante controverse rond dit onderwerp.

De literatuur aangaande het verdunningsgen (Dd en dd) in de Labrador Retriever leert ons dat het verdunningsgen in het ras door kruising werd geïntroduceerd in de Verenigde Staten, waarschijnlijk eind jaren veertig, begin jaren vijftig van de vorige eeuw. Onderzoek heeft aangetoond dat sommige Labradors met het verdunningsgen gevoelig zijn voor haaruitval en hardnekkige huidproblemen. Het ras Labrador Retriever dient te worden gefokt conform de rasstandaard, en honden met het verdunningsgen – zowel de lijders als de dragers van dit gen – kunnen het ras niet vertegenwoordigen. Het doel van deze brief is het informeren van Labrador rasverenigingen en Kennel Clubs over het probleem dat honden met het verdunningsgen door sommige Kennel Clubs, met name de Amerikaanse Kennel Club (AKC) en de Britse Kennel Club, als rasechte Labrador Retrievers worden geregistreerd. “Silvers” worden geregistreerd als chocoladebruin, “charcoals” als zwart, en “champagnes” als geel.

Het ras Labrador Retriever, zoals dat werd ontwikkeld en geregistreerd in het Verenigd Koninkrijk, is (tot 2006) nimmer geconfronteerd met het verdunningsgen. Een onderzoek in het Verenigd Koninkrijk, Europa, Canada en de Verenigde Staten toont aan dat geen enkele betrouwbare Labrador fokker ooit een puppy met het  verdunningsgen heeft geproduceerd, dus is het moeilijk om de directe oorzaak van deze mutatie in het ras te verklaren. Er is geen andere verklaring dan dat er kruising heeft plaatsgevonden met een ras dat het verdunningsgen eigen is, waarschijnlijk de Weimaraner, en dat deze honden het d-locus aan hun nakomelingen hebben doorgegeven. Er zijn veel fokkers in de Verenigde Staten die zich specialiseren in het fokken met “Labradors” die het verdunningsgen dragen; sommigen houden zich al meer dan dertig jaar lang met deze specialisatie bezig.
De vacht van de lijders aan dit gen heeft doorgaans een metaalachtige glans. Een typische Labrador met het zwarte fenotype kan het volgende genotype hebben: BBEE, BBEe, BbEE of BbEe. Een Labrador met het chocoladebruine fenotype zal ofwel het bbEE of het bbEe genotype hebben. Een Labrador met een gele vacht moet het homozygoot recessieve genotype op het E-locus hebben, en kan derhalve BBee, Bbee of bbee zijn. Het is mogelijk dat deze genotypes worden verdund wanneer de hond twee exemplaren van het recessieve verdunningsgen “d” draagt. Bij honden die ten minste één D dragen zal geen verdunning van de vachtkleur plaatsvinden. Wanneer een hond het Dd genotype van het D-gen draagt, is er één exemplaar van het verdunningsgen aanwezig. Wanneer zo’n hond wordt gekoppeld aan een andere hond met het verdunningsgen (Dd of dd), kunnen nakomelingen met een verdunde vachtkleur worden geproduceerd. En daarmee zijn we gearriveerd bij de kern van het probleem, want er worden “Labradors” geïmporteerd die fenotypisch weliswaar (min of meer) in overeenstemming zijn met de rasstandaard, maar genotypisch niet. Als het paard van Troje worden genen in het ras geïmporteerd die daar niet thuishoren, en de dragers van het d-locus eenmaal zijn geregistreerd kunnen zij vrijuit lijders produceren. Dat vindt sinds 2012 ook plaats in het Verenigd Koninkrijk, waar lijders, met de kleuren “silver”, “charcoal” en “champagne” door de Kennel Club zijn geregistreerd als chocoladebruine, zwarte en gele Labradors, zonder enige restrictie.

Gezondheidsproblemen, vervuiling van de raspopulatie en miskenning van de rasstandaard als gevolg van het verdunningsgen.
Er zijn diverse neveneffecten van het verdunningsgen geconstateerd. Sommige honden met het verdunnningsgen vertonen minimale of geen gezondheidsproblemen; andere honden hebben last van haaruitval en huidproblemen. Colour dilution alopecia (CDA) en zwart haar folliculaire dysplasie (BHFD) kunnen met het verdunningsgen gepaard gaan. Deze ziekten veroorzaken terugkerende huidontsteking en huiddroogte, bacteriële infecties van de haarzakjes en ernstige haaruitval. Eind 2013 werd een 12 weken oud “zilveren” Labrador teefje onderzocht door het Comparative Ocular Pathology Laboratory van Wisconsin, en werd gediagnosticeerd met Kwaadaardige Perifere Zenuwschedetumor Schwannoma. De wetenschappers zijn van mening dat het verdunningsgen (d) kan bijdragen aan de oorzaak van de kwaadaardige ziekte.
Andere aandoeningen die met het verdunningsgen gepaard kunnen gaan zijn erfelijke aandoeningen die bekend zijn bij de Weimeraner, zoals beven, auto-immuun gerelateerde gevoeligheid en intolerantie voor vaccinatie, Von Willebrands Disease, hyperuricosurie (waardoor pijnlijke blaas-en nierziekten ontstaan), en gedragsproblemen die kenmerkend zijn voor de Weimaraner, zoals verlatingsangst, en dominant, beschermend, territoriaal gedrag.
Het voorkomen van deze aandoeningen bij de Labrador Retriever is mogelijk wanneer wij het verdunningsgen in ons land geen kans geven en dragers van dit gen geen deel laten uitmaken van de Labrador populatie.
Labrador Retrievers die lijders of dragers zijn van het verdunningsgen dienen volgens de rasstandaard worden gediskwalificeerd. “Labradors” met het verdunningsgen mogen onder geen enkele voorwaarde worden geregistreerd als raszuivere Labrador Retrievers.

Nota bene: De Orthopedic Foundation for Animals (OFA), het meest vooraanstaande en gerenommeerde Amerikaanse onderzoeksinstituut voor dieren, heeft onlangs een databank opgericht voor de registratie van het verdunningsgen (d) bij Labradors. Dit gebeurde omdat het verdunningsgen verantwoordelijk wordt geacht voor tal van erfelijke ziekten. (OFA houdt zich uitsluitend bezig met ziekten en niet met vachtkleuren.)

Gevolgen
Hoewel de resultaten van de verschillende onderzoeken de oorzaak van het verdunningsgen niet volledig kunnen verklaren, helpen ze ons om de correlatie tussen het verdunningsgen en het MLPH gen te begrijpen. De wetenschap dat de MLPH genmutatie verantwoordelijk is voor de verdunning van de vachtkleur heeft DNA-onderzoekslaboratoria in staat gesteld om testen te ontwikkelen m.b.t. het mutante d-locus. Deze tests kunnen behulpzaam zijn bij het identificeren van de dragers van het d-gen en het elimineren en weren van deze dragers uit populaties zoals die van de Labrador Retriever, waarin het gen ongewenst is. Verantwoordelijke fokkers zouden de tijd en de moeite moeten nemen om hun fokdieren genetisch te testen ten aanzien van het D -locus.
Labradors die lijder of drager zijn van het verdunningsgen “d” en “silver”, “champagne” of “charcoal” nakomelingen produceren, mogen niet worden gebruikt voor de fokkerij. Slechts Labradors met het genotype DD op het verdunningslocus mogen worden ingezet voor de fokkerij.
Mochten er onverhoopt nakomelingen met het verdunningsgen worden geproduceerd, hetzij met opzet, hetzij per ongeluk, dan dient de Kennel Club de registratie te voorzien van documentatie waarin staat dat het verdunningsgen aanwezig is. In deze documentatie moet worden vermeld dat het gebruik van deze honden voor de fok verboden is en niet mag voorkomen.
Door de jaren heen hebben Labrador fokkers hard gewerkt om ongewenste eigenschappen en ziekten in het ras te elimineren. In de Verenigde Staten zou een volledige eliminatie van het verdunningsgen in de Labrador Retriever een zeer lange tijd in beslag nemen, door middel van DNA-onderzoek en de juiste selectie van fokdieren, maar in ons land moet dit niet nodig zijn. Mocht dat al gebeurd zijn, dan moeten we hier en nu stoppen met het registreren van “Labradors” die lijder of drager zijn van het verdunningsgen “d”.
Kennel Clubs en rasverenigingen dienen de rasstandaard en het gesloten karakter van de stamboeken respecteren. Disrespect ten aanzien van de rasstandaard en het gesloten karakter van de stamboeken blijkt uit de in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gangbare praktijk van het registreren van “silver” als chocoladebruin, “charcoal” als zwart en “champagne” als geel. Labrador Retriever fokkers dienen zich bij het selecteren van de ouders voor toekomstige nestjes eveneens te conformeren aan de rasstandaard. Wanneer deze selectie naar behoren wordt uitgevoerd, kunnen de Labrador Retrievers geen nakomelingen met het verdunningsgen produceren. Een fokker die opzettelijk en doelbewust het ras Labrador Retriever vervuilt met het verdunningsgen moet worden gestraft door de Kennel Club en worden uitgesloten van toekomstige fokkerij-activiteiten.

Dringend advies aan de Kennel Clubs

  1. Laat met betrekking tot de Labrador Retriever een DNA-onderzoek op het d-locus deel uitmaken van het DNA-profiel zoals dat per 1 juni 2014 verplicht is in Nederland. Op deze wijze kunnen lijders en dragers van het verdunningsgen direct worden uitgesloten van de fokkerij.
  2. Laat met betrekking tot de Labrador Retriever een DNA-onderzoek op het d-locus deel uitmaken van het DNA onderzoek van pups. Ook op deze wijze kunnen lijders en dragers van het verdunningsgen direct worden uitgesloten van de fokkerij.
  3. Onderwerp elke geïmporteerde Labrador Retriever aan een DNA-onderzoek op het d-locus, opdat lijders en dragers van het verdunningsgen direct worden uitgesloten van de fokkerij in ons land.

Laten wij gebruik maken van de genetische wetenschappen om ons ras, de Labrador Retriever, te behoeden voor een ramp. De tijd waarin we konden volstaan met een fenotypische check, puur op het oog, is voorgoed voorbij.

Gebruikte literatuur:
– Burns, M., and M. N. Fraser, 1966. Genetics of the dog: the basis of successful breeding. Oliver & Boyd, Edinburgh.
– Coode, C. 1993. Colour Inheritance. Labrador Retrievers Today. Howell Book House, New York. 28-32.
– Drögemüller, C., U. Philipp, B. Haase, A.R. Günzel-Apel, and T. Leeb. 2007. A noncoding melanophilin gene (MLPH) SNP at the splice donor of exon 1 represents a candidate causal mutation for coat color dilution in dogs. Journal of Heredity, 98 (5), 468-473.
– Duke, F.D., L.B. Teixeira, L.E. Galle, N. Green, R.R. Dubielzig. Malignant Uveal Schwannoma With Peripheral Nerve Extension in a 12-Week-Old Color-Dilute Labrador Retriever. Vet Pathol, Feb 10, 2014.
– Kurtz, K. 2013.  Genetic aspects and controversies of coat color inheritance in the Labrador retriever. Animal Science 314, Michigan State University.
– Little, C.C., 1957. The inheritance of coat colour in dogs. Howell Book House, New York.
– Philipp, U., H. Hamann, L. Mecklenburg, S. Nishino, E. Mignot, A.R. Günzel- Apel, et al. 2005. Polymorphisms within the canine MLPH gene are associated with dilute coat color in dogs. BMC Genetics, 6, 34.
– Philipp, U., P. Quignon, A. Scott, C. André, M. Breen, and T. Leeb. 2005. Chromosomal assignment of the canine melanophilin gene (MLPH): a candidate gene for coat color dilution in Pinschers. Journal of Heredity, 96 (7), 774-776.
– Schmutz, S.M., and T.G. Berryere. 2007. Genes affecting coat colour and pattern in domestic dogs: a review. Animal Genetics, 38, 539–549.
– Welle, M., U. Philipp, S. Rüfenacht, P. Roosje, M. Scharfenstein, E. Schütz, et al. 2009. MLPH genotype: melanin phenotype correlation in dilute dogs. Journal of Heredity, 100 (suppl 1), S75-S79.

Jaap van der Wijk,
27 oktober 2014

Email: jackvanderwyk@yahoo.co.uk

UPDATE 24 maart 2014

Goedemorgen,

Ik heb uw bericht doorgestuurd naar Mevr.M.Snip.

Met vriendelijke groeten,

Marjolein Rheingans
Raad van Beheer

UPDATE 31 maart 2014

Geachte heer van der Wijk,

Dank u wel voor uw informatie.

De NLV heeft over het onderwerp ‘Grijze Labradors’ weer contact gezocht met de Raad van Beheer.
De resultaten van dit overleg zullen wij te zijner tijd publiceren in de Labrador Post.

Met vriendelijke groet,

Marjon Pielkenrood
waarnemend voorzitter Algemene Begeleidingscommissie

 

UPDATE 16 MEI 2014

Reactie van de Raad van Beheer:

Geachte heer V/d Wijk,

Enige tijd geleden heeft u een open brief aan het bestuur van de Raad van Beheer  gestuurd, omdat u zich zorgen maakt over Labradors die vanuit Amerika naar Nederland geëxporteerd worden, maar die niet raszuiver zijn. Dat is te zien aan het dilute (dd) gen, welke vreemd is in het ras, maar wel op te sporen is met een DNA-test, en voor een afwijkende kleur zorgt.

Het bestuur van de Raad van Beheer  heeft tijdens een recente vergadering uw brief in behandeling genomen. Zij komt tot de volgende conclusie:

1.       Het probleem wordt in de VS veroorzaakt, omdat daar kennelijk Weimaraners zijn ingekruist en de Labradors toch als raszuiver zijn ingeschreven. Het bestuur van de Raad van Beheer  is daarom van mening dat eerst de American Kennelclub (AKC) benaderd dient te worden en om opheldering gevraagd moet worden.

Daarnaast is het een logische stap als de voor dit ras betrokken rasverenigingen in hun Verenigingsfokreglement de verplichting voor de DNA-test opnemen. De Raad van Beheer kan deze verplichting vervolgens in de normenmatrix opnemen. Dan komt er in ieder geval op de stamboom te staan of het nest wel of niet volgens de voorwaarden is gefokt. Met deze maatregel wordt een verdere verspreiding van dit gen (en de mogelijke foute afstammingen) beter te volgen. Hiermee kan ook de ernst van de situatie beter ingeschat worden en kunnen in de toekomst strengere maatregelen worden gestart. Op dit moment is een verplichte test op het dilute gen nog niet in de VFR’s van de rasverenigingen opgenomen.

De Raad van Beheer  zal de betrokken rasvereniging daarom verzoeken deze DNA-test in hun VFR op te nemen. Tevens zal een protocol voor de test moeten worden opgesteld. De Raad van Beheer zal vervolgens deze verplichting van de verenigingen in een vroeg  stadium in de normenmatrix opnemen en hierop controleren.

 Vertrouwende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. D.F. Dokkum
hoofd Juridische Zaken

Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland
mw mr. D.F. Dokkum
Postbus 75901
1070 AX AMSTERDAM
Emmalaan 16-18
1075 AV AMSTERDAM
E: jurist@raadvanbeheer.nl
W: www.raadvanbeheer.nl

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Open Brief aan de Raad van Beheer

Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland
t.a.v. het bestuur

Afschrift aan: Nederlandse Labrador Vereniging (NLV) ; Labrador Kring Nederland (LKN)

Geacht bestuur,

De Raad van Beheer houdt toezicht op het Nederlands Honden Stamboek (NHSB) en heeft de taak zorg te dragen dat uitsluitend erkende rashonden worden ingeschreven in dit stamboek.
In dat opzicht lijkt het wat de Labrador Retriever betreft fout te gaan, of is het al fout gegaan. Dit baart mij en de door de Raad erkende rasverenigingen voor de Labrador ernstig zorgen.

De oorzaak van deze zorgen is gelegen in het feit dat steeds meer honden uit de Verenigde Staten worden ingevoerd die van de American Kennel Club (AKC) zijn voorzien van een Amerikaanse stamboom, waarop staat vermeld dat de honden Labrador Retrievers zijn met de kleuren zwart, geel of chocoladebruin, terwijl het in werkelijkheid gaat om honden die drager zijn van het zgn. “dilute” (d) gen. Het dd gen kenmerkt zich door een “verwaterde” kleur en lichte ogen, die door de fokkers van deze honden “charcoal” of “blue” worden genoemd in combinatie met de kleur zwart, “champagne” in combinatie met de kleur geel, en “silver” in combinatie met de kleur chocoladebruin. Met name de “silvers” raken steeds meer in trek bij het grote publiek en er worden forse bedragen gevraagd voor pups en volwassen honden.

Formeel lijkt er dus niets aan de hand te zijn, want de honden worden met de erkende kleuren op de stambomen ingevoerd en kunnen dus formeel als zodanig worden ingeschreven in het NHSB. Maar de verplichtingen van de Raad van Beheer als beheerder van het NHSB overstijgen die van formeel administrateur. Men kan dus niet doen alsof er niets aan de hand is.

Het feit wil dat het “dilute” (d) gen of locus vreemd is in het ras Labrador Retriever. Dit gen komt in het ras Labrador Retriever niet voor. Om de geslotenheid van het stamboek en de raszuiverheid van de Labrador Retriever in stand te houden, dient de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland er zorg voor te dragen dat er geen rasvreemde genen in het ras komen.

In het Verenigd Koninkrijk zijn (tot voor kort) nimmer honden met het “dilute” (d) gen als Labrador Retriever geregistreerd. Het “dilute” (d) gen dook eind jaren veertig, begin jaren vijftig van de vorige eeuw op in de Verenigde Staten. Omdat er toen nog geen DNA onderzoeken beschikbaar waren, werden deze honden als Labrador Retrievers geregistreerd. Het onderzoek vond uitsluitend “op het oog” plaats en de broodfokker die deze honden produceerde, Mayo Kellogg van de Kellogg Kennels, was een grote klant van de Amerikaanse Kennel Club (AKC). Kellogg fokte meerdere rassen, waaronder de Weimaraner, een ras waarin het “dilute” (d) wel raseigen is, en de honden liepen vaak los rond op het terrein. Aanvankelijk werden deze honden als “silver” geregistreerd, totdat de Labrador Retriever Club Inc. (LRC), de moederclub van de Amerikaanse Labrador clubs, daartegen bezwaar maakte. Vanaf dat moment werden de “dilute” (d) honden geregistreerd met de erkende drie kleuren van de Labrador Retriever.

Inmiddels zijn we meer dan een halve eeuw verder en we moeten constateren dat het Amerikaanse stamboek van de Labrador Retriever, zoals dat wordt bijgehouden door de Amerikaanse Kennel Club (AKC), meer dan 35.000 honden bevat die drager zijn van het “dilute” (dd) gen. Niet alle dragers zijn overigens ook “lijders”. De honden die uitsluitend drager zijn geven het gen echter wel door aan hun nageslacht. Dit betekent dat wij niet kunnen volstaan met een fenotypisch (“op het oog”) onderzoek. Genetisch onderzoek d.m.v. DNA zal moeten plaatsvinden om de aanwezigheid van het “dilute” (d) gen te kunnen aantonen en deze honden uit te sluiten van inschrijving in het stamboek..

Drie gerenommeerde genetische laboratoria, VetGen, LaboKlin en de Van Haeringen Group, hebben mij schriftelijk bevestigd dat het zeer goed mogelijk is om de aanwezigheid van het “dilute” (d) gen aan te tonen. Deze onderzoeken zijn al ontwikkeld en kunnen vandaag al worden gebruikt. De kosten bedragen ongeveer 50 euro.

Nu de wetenschap zover is gevorderd dat gemakkelijk kan worden aangetoond dat het DNA van een hond genen bevat die de Labrador Retriever vreemd zijn, hetgeen betekent dat zo’n hond geen raszuivere Labrador Retriever KAN zijn, komen steeds meer kennel clubs, met name de AKC, onder vuur te liggen om deze uitermate kwalijke en gevaarlijke ontwikkeling een halt toe te roepen. Het wachten is op de eerste rechtszaak in de Verenigde Staten tegen de American Kennel Club, omdat de AKC stambomen heeft verstrekt waarin zeer ten onrechte de indruk wordt gewekt dat het hier gaat om raszuivere Labrador Retrievers. Wanneer de nationale kennel clubs de raszuiverheid van een hond niet doeltreffend kunnen of willen bewaken, wie doen het dan wel?

Er staan de nationale kennel clubs middelen ter beschikking om te voorkomen dat niet-raszuivere honden worden ingeschreven in het stamboek. Bij enige twijfel over de aanwezigheid van het “dilute” (d) gen bij Labrador Retrievers, kan men van de aanvrager van een stamboom eisen om d.m.v. een DNA onderzoek van een erkend laboratorium aan te tonen dat betreffende hond vrij is van het “dilute” (d) gen.
Ik wil de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland dan ook verzoeken een regel in het leven te roepen waarin wordt gesteld dat elke Labrador Retriever die in Nederland wordt ingevoerd beschikt over een uitslag van een DNA-onderzoek waaruit blijkt dat de hond vrij is van het “dilute” (d) gen. Dit zou tevens moeten gelden voor elke Labrador Retriever waarbij twijfels bestaan over de raszuiverheid, m.b.t. de aanwezigheid van het “dilute” (d) gen.

Ten slotte zou ik de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland willen verzoeken maatregelen te nemen tegen het registreren onder een niet-juiste kleur. Een “silver” Labrador is immers geen chocoladekleurige Labrador, een “charcoal” Labrador is geen zwarte Labrador, en een “champagne” Labrador is geen gele Labrador. Zelfs niet wanneer een buitenlandse kennel club de hond als zodanig heeft geregistreerd. De taak van de Raad van Beheer ten aanzien van het bewaken van de zuiverheid van het stamboek is een uitermate serieuze taak. Mocht blijken dat de Raad deze taak niet serieus (genoeg) neemt, dan staat de mogelijkheid open om de rechtbank een uitspraak over deze kwesties te laten doen.

Met vriendelijke groet,

Hoogachtend,

Jaap van der Wijk

Please sign and share this petition! 

http://www.gopetition.com/petitions/no-to-silver-charcoal-and-champagne-labradors.html

UPDATE 16 januari 2014: reactie van de LKN, plus mijn reactie daarop

Geachte heer van der Wijk,

Namens het bestuur van de Labrador Kring Nederland bedank ik u voor het sturen van dit afschrift aan de LKN.

Het is goed om te weten wat er onder onze leden leeft en deze brief is een duidelijke weergave van uw zorg.

De LKN had echter, i.v.m. het noemen van de door de Raad erkende rasverenigingen van de Labrador, van u vernomen om wederhoor toe te passen. Dit daar de LKN één van die erkende rasverenigingen voor de Labrador is.

Graag vernemen wij van u de reactie van de Raad van Beheer zodat ook de LKN hier, samen met de leden, een standpunt in kan nemen.

Met vriendelijke groet,
namens het bestuur
Anouschka de Jager
Secretaris LKN

Geachte mevrouw De Jager,
Mijn dank voor uw reactie. Uiteraard zal ik u de reactie van de Raad van Beheer doen toekomen zodra die in mijn bezit is.
M.b.t. het standpunt van de leden van de LKN in deze kwestie: hieronder vindt u het standpunt van de NLV, zoals gepubliceerd op de website van de NLV (https://www.nlv.nu/fokkenenpups/voorpupkopers/katindezak.php). Ik verwacht niet dat de mening van de leden van de LKN in grote lijnen van dit standpunt zal afwijken, maar ik hoop wel dat de LKN zich minder snel bij een eventuele afwijzende of ontwijkende reactie van de Raad van Beheer zal neerleggen.

Met vriendelijke groet,

Jaap van der Wijk

Standpunt NLV

Zilvergrijze Labradors
De zilvergrijze kleur is geen erkende kleur bij het ras Labrador Retriever .
De rasstandaard van de Labrador Retriever geeft aan dat er drie kleuren Labradors zijn: zwart, geel en chocoladebruin.
De kleuren ‘silver’ en ‘blue’ komen van oorsprong niet in de populatie voor. Deze kleuren worden veroorzaakt door de dubbele aanwezigheid van het recessieve ‘d-allel’, dat van zwart ‘blue’ en van bruin ‘silver’ maakt. Normaal gesproken is er bij de Labrador sprake van het genotyoe DD, dat zorgt voor normale verdeling van de pigmentkorrels in de haren. Het recessieve d-allel concentreert de pigmentkorrels rond de kern van de haar. Dit zorgt ervoor dat de kleur een verdunde indruk maakt.
Honden met het genotype bbE_dd vertonen een zilvergrijze kleur (zoals bij de Weimaraners), terwijl honden met het genotype B_E_dd een blauwgrijze vachtkleur hebben.
Met andere woorden: bruin wordt zilver, zwart wordt blauw. Deze honden vertonen tevens een lichte oogkleur.
Omdat dit d-allel in feite ‘Labrador-vreemd’ is, is het aannemelijk dat het door inkruising (met naar alle waarschijnlijkheid Weimaraners) binnen de Labradorpopulatie in de VS terecht is gekomen.

De AKC (de Amerikaanse kennelclub) heeft de kleur in zoverre erkend, dat er voor grijze Labradors een stamboom wordt afgegeven, waarop de kleur ‘chocoladebruin’ wordt vermeld. Labradors met een AKC stamboom, die in Nederland geïmporteerd worden, kunnen naar het NHSB (Nederlands Honden Stamboek) worden overgeschreven. De Raad van Beheer liet ons weten op grond van het K.R. (kynologisch reglement) geen mogelijkheden te zien om de registratie van ‘zilveren Labradors’ in het stamboek te voorkomen.
Wanneer u een zilvergrijze Labradorpup aanschaft, geboren uit ouderdieren die geïmporteerd zijn, zal deze waarschijnlijk een stamboom krijgen van de Raad van Beheer. Hierop zal echter vermeld staan, dat de hond een ‘niet erkende kleur’ (NEK) heeft. Mocht u een tentoonstelling willen bezoeken, dan zal uw hond door de keurmeester gediskwalificeerd worden, of een ongunstige beoordeling krijgen vanwege een van de rasstandaard afwijkende vachtkleur.
In het KR van de Raad van Beheer is geregeld dat nakomelingen van ouderdieren, waarbij als vachtkleur NEK op de stamboom staat vermeld, niet ingeschreven kunnen worden in het NHSB. Met andere woorden deze nakomelingen krijgen geen stamboom.

De NLV is verontrust over het feit dat zilvergrijze Labradors nu ook in ons land voorkomen en wellicht populair zullen worden. Samen met het voor Labradors ‘vreemde d-allel’ kunnen namelijk ook andere, niet bij het ras passende eigenschappen zijn ingekruist. Te denken valt onder andere aan niet ‘Labrador-eigen’ karakterkenmerken. Daarnaast heeft het ontstaan van een ‘modekleur’ vaak desastreuze gevolgen voor de gezondheid van een populatie rashonden.

Feit blijft dat, hoe men ook over deze materie denkt, het riskant is en blijft om bij het fokken de vachtkleur als belangrijkste selectiecriterium te hanteren. Dat de fokbasis voor ’silver’en ‘bleu’ uiterst smal is, moge duidelijk zijn. Dit zal tot inteelt, en dus tot gezondheids-, en karakterproblemen kunnen leiden.

UPDATE 4 februari 2014: 

Geachte heer van der Wijk,

Hierbij laten wij u weten dat wij uw bericht in goede orde hebben ontvangen en in behandeling hebben genomen. Wij zullen  u zo spoedig mogelijk van een inhoudelijke reactie voorzien.

Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Marjolein Snip

Bestuurssecretaresse/ Hoofd Ledenzaken Raad van Beheer op Kynologisch Gebied

UPDATE 5 februari 2014

Beste Jack,

Waardering voor jouw open brief aan de Raad. Het probleem van de Silvergrey Labradors waarbij op enig moment Labradors en vermoedelijk Weimaraners gebruikt zijn is al langer bekend en de Raad zou niet klakkeloos de gegevens van de AKC moeten overnemen als er redenen zijn – en die zijn er in een aantal gevallen – om aan te nemen dat de raszuiverheid niet vast staat., Ik heb overigens in het verleden juist het omgekeerde meegemaakt waarbij een uit Zwden geïmporteerde raszuivere Weimaraner met een puur kortharige beharing als langhaar in het hoofdstamboek ingeschreven mocht worden en als korthaar in de bijlage. De geschillencommissie zette dat gelukkig wel recht. Waar je naar zou kunnen kijken is de Dobermann. Ook daar hebben (ooit gecontroleerd) combinaties met Weimaraners plaatsgevonden om de genetische basis te verbreden. Dat was geen succes, maar ook daarvan zijn exemplaren in de USA terecht gekomen en die gaan nu door het leven als Doberman Pinchers met de kleur “Fawn (Isabella) & Rust”.
Toch worden deze Isabella’s als zij uit de USA geïmporteerd worden niet in het NHSB ingeschreven omdat de kleur niet erkend is.

Groet

Jur Deckers

UPDATE 11 maart 2014: 

Geachte heer van der Wijk,

Excuses voor de late reactie. Wij hebben uw brief aan het bestuur in goede orde ontvangen en deze zal in de eerstkomende bestuursvergadering aan de orde komen.

Daarna ontvangt u zo spoedig mogelijk een inhoudelijke reactie van het bestuur.

Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Marjolein Snip

Bestuurssecretaresse/ Hoofd Ledenzaken Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland

Update 19 maart 2014

Geachte heer van der Wijk,
Onze hartelijke dank voor uw brief van 7 januari waarin u ons attent maakte op een probleem dat er zou kunnen ontstaan door het uit Amerika invoeren van Labradors die drager zijn van het d-gen.
Uw brief is, voordat de Nederlandse Labrador Vereniging wilde reageren op uw voorstel aan de Raad van Beheer, besproken in zowel een bestuursvergadering als in een vergadering van de Algemene Begeleidingscommissie. U hebt daarom even op onze reactie moeten wachten.
In 2007 hebben wij de Raad van Beheer per brief al deelgenoot gemaakt van onze bezorgdheid naar aanleiding van het door u geschetste probleem.
Wij hebben de Raad toen verzocht maatregelen te treffen opdat de Labradors die het d-gen dragen zich niet in de populatie zouden kunnen verspreiden.
Naar aanleiding van het verzoek van de NLV wordt vanaf 2007 bij zilvergrijze Labradors die in Nederland worden geboren, bij de vachtkleur N(iet) E(rkende) K(leur) op de stamboom ingevuld.
Tevens is in het Kynologisch Reglement het volgende artikel opgenomen:
Art. VI. 23A lid 1: het is verboden te fokken met honden waarvan op de Stamboom de toevoeging staat ‘niet erkende kleur’ of ‘niet erkende haarvariëteit’.
Wij zijn het met u eens dat het ongewenst is als het d-gen zich gaat verspreiden in de Labradorpopulatie. Wij zullen daarom dit probleem nauwkeurig blijven volgen.

Met vriendelijke groet,
namens het bestuur van de NLV,
Marjon Pielkenrood
waarnemend voorzitter Algemene Begeleidingscommissie

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen